Verblijd u altijd
Begin dit jaar nam ik de volgende opdracht aan:
‘Verblijd u altijd. Bid zonder ophouden. Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.’ — 1 Thessalonicenzen 5:16-18 (HSV)
Als je weleens op zoek bent naar wat God wil, dan staat het hier heel duidelijk: je altijd verblijden, bid zonder ophouden en dank God in alles. Dat kan best een uitdaging zijn. Dit is nogal wat, dat Hij van ons vraagt. Maar we zijn Zijn geliefde kinderen en we mogen oefenen met wat Hij ons geeft.
Dus ik nodig je uit om dat ook te gaan doen. Want vanuit werkelijke ontmoeting met Hem is het niet zo moeilijk om je te verblijden. Is het niet moeilijk om Hem te danken. Het is misschien wel wat lastig wanneer de omstandigheden zwaar zijn of wanneer je je niet lekker voelt. Maar het kán. Kijk maar naar Corrie ten Boom, Carol Ward of Anne van der Bijl. Er zijn meerdere voorbeelden van christenen die dat kunnen of hebben gedaan, juíst in slechte omstandigheden.
Het is Zijn wil voor ons en wij zijn geroepen om die te doen. Niet op eigen kracht, maar door Zijn Geest die in ons woont. Zodat wij het zout van de aarde zijn en ons licht zo schijnen voor de mensen, dat zij onze goede werken zien en God onze Vader daarmee verheerlijken. — Mattheüs 5:13-16 (HSV)
In de sportschool
Vanochtend was ik in de sportschool en was ik aan het genieten. Voor de mensen die dit niet weten; in 2017 heb ik een beroerte gehad. Daarna heb ik acht jaar lang met hersenletsel geleefd dat mijn leven zeer beperkte. In die tijd werkte ik bij de politie en was ik zeer enthousiast over sporten. Ik deed met veel plezier aan crossfit en hardlopen. Het voelde goed om fit te zijn. Tot ik plots deze beroerte kreeg, bijna het leven liet en vervolgens een ontzettend lang herstel doormaakte. Tot vorig jaar april toe, was het me niet gelukt om in de sportschool te kunnen staan. De prikkels waren te veel en maakten dat ik de rest van de dag niet meer goed kon functioneren. Wat eerst zo’n fijne plek voor mij was, werd iets verschrikkelijks. Het was iets dat ik had moeten opgeven.
Genezen in de wandel met God
Ik heb hier een getuigenis over in mijn wandel met God. Want toen ik dit allemaal doormaakte, kende ik Jezus nog niet. Ik had God nog niet ontmoet zoals ik Hem nu ken.
In 2022 heb ik Hem ontmoet. En in die wandel heeft Hij mij vorig jaar april genezen van mijn hersenletsel. Sindsdien sta ik weer drie keer per week in de sportschool. Hoe dit ging, is een getuigenis op zichzelf die ik nog een keer ga delen met jullie.
Het feit dat ik dus in de sportschool sta is een wonder. Het maakt me gelukkig dat ik gezond ben. Dat ik kan sporten. Dat God dat heeft gedaan. Hoe groot Hij is. Dat ik daar in eerste instantie helemaal niet naar op zoek was en toch heeft Hij het me gegeven. Dus ik kwam in aanbidding, door de genade en liefde die ik ervoer met de prachtige sessies van Samuel Jackson Reed.
Ontmoeting
Tijdens het trainen zag ik in mijn ooghoek een hele grote, sterke, getatoeëerde man. Laat ik zeggen: een man die er niet erg benaderbaar uitziet. Zulke mannen lopen wel vaker in de sportschool of kwam ik vaak -hoe typisch- tegen als ex-politieagente.
Hij kwam steeds in mijn buurt. Ik voelde dat de Heilige Geest me een ‘check’ op deze man gaf. Ik stond zelf in een hoekje waar allemaal spiegels hangen. Tussen mijn oefeningen door met de worship nog aan, zat ik mezelf in de spiegel aan te kijken. Ik heb het vaak moeilijk gevonden om in liefde naar mezelf te kijken. Maar nu mag ik zien hoe God mij liefheeft en hoe mooi Hij me heeft gemaakt. Ik bekeek mezelf met de ogen van Jezus. Dat is nieuw voor mij en bijzonder om te kunnen doen.
Ik waande me niet bespied en zelfs al zou dat zo zijn, dan had ik daar niet zoveel last van omdat er zoveel liefde door mij heen stroomde op dat moment. Maar toen kwam die man ineens achter mij staan; hij wilde zichzelf denk ik ook even bekijken in de spiegel. Hij schrok een beetje van me.
“Oh,” zei hij, en moest lachen. “Ik dacht dat je aan het bidden was.”
“Nee, nee hoor. Ik zit hier gewoon tussen mijn oefeningen door”, zei ik.
Hij liep weer weg. Maar meteen daarna dacht ik: dat is helemaal niet waar. Ik was wél aan het bidden. Dus zei ik in mijn hoofd tegen God: ‘Heer, ik was aan het bidden, U weet het. Ik wil graag eerlijk zijn en geen maskers ophouden.’ Ik had gewoon kunnen zeggen: ja, ik was inderdaad aan het bidden. Hoezo zou dat raar moeten zijn?
Wat zo mooi was: God gaf mij de gelegenheid om mezelf te herstellen. Het is namelijk best spannend om met mensen over dit soort dingen te praten, vooral met vreemden waarvan je de reactie niet goed kan inschatten. Gods Geest liet deze man nog een keer naar mij toe komen. Toen kon ik hem beter zien en zag ik dat hij een davidster om zijn nek had hangen. Dit gaf mijn hart een sprongetje want dat is natuurlijk een fantastische inkopper. Dank U Jezus!
De Davidsster
“Hé,” zei ik. “Ik zie een davidster om je nek hangen. Wat betekent deze voor jou?”
Hij begon te vertellen hoe erg hij van Israël houdt. Van het volk van God. Van onze God — de God van Abraham, Izak en Jakob. God houdt van het Joodse volk, net als dat Hij van ons houdt. Van alle mensen houdt Hij.
Zo raakten we in gesprek. Hij deelde over de oorlog en dat het Joodse volk ook niet altijd goede dingen doet. Maar God houdt wel van ze. We kwamen tot de conclusie dat ook wij afvallig zijn. Hoe vaak zoeken wij God eigenlijk? Het is zo makkelijk om te zeggen: ‘die zijn helemaal van God afgedwaald, die doen allemaal slechte dingen.’ Maar we mogen onze eigen harten laten onderzoeken door de Heilige Geest. Want wij zijn soms ook afgedwaald.
‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’ — Psalm 139:23-24 (HSV)
Hij vertelde over de gelijkenis van de verloren zoon. Israël is als een verloren volk, en God verlangt ernaar om Zijn volk weer in Zijn armen te sluiten — net zoals Hij verlangt naar ieder mens die Hij geschapen heeft. Hoezeer verlangt God ernaar dat wij thuiskomen? Het is hetzelfde verhaal.
Wat een mooi gesprek ontstond daar zomaar, gewoon door open te staan. Bereid te zijn om te doen wat God wil. Ik kon vertellen hoeveel ik van God hou. Ik zei hem ook eerlijk dat ik wel aan het bidden was en dat ik daarnet niet de waarheid had gesproken. Ik hou heel erg van Jezus.
“Ik weet niet of God van mij houdt”
Toen nam het gesprek een andere wending. Hij keek me aan en zei: “Ik weet eigenlijk niet of God van mij houdt.”
Dit is volgens mij een cruciaal punt. Je kunt zoveel weten over God, je kunt in Hem geloven, en toch in de veronderstelling leven dat God niet van je houdt. Dat is zo verdrietig. En het was zo mooi dat ik hem kon vertellen: weet je dat God van je houdt? Hij houdt van jou.
Mensen worden daar soms ongemakkelijk van, van deze boodschap. Het raakte deze man zichtbaar. Het is een leugen die zo diep gegrift kan staan en het is nodig om elkaar daarin recht aan te kijken. Dus ik keek hem nog een keer aan en zei: “God houdt van jou. Weet je dat?” Dat was voor hem echter nog de vraag.
Kritische geest
Hij nam vervolgens een afslag in het gesprek met allerlei vragen. Hij vroeg wat ik van tongentaal vond, en vertelde over zijn eigen ervaringen. Hij had er een sterke mening over. Hij is oorspronkelijk Roemeens, en vertelde over een Amerikaanse predikant die in tongen sprak — en dat hij, doordat hij deze taal verstond want het was gesproken in zijn eigen moedertaal; hoorde dat er demonen werden opgeroepen.
Ik zei dat ik dat niet kan uitsluiten, maar dat ik weet hoe goed tongentaal is. God kent alle dingen. De Bijbel spreekt over tongentaal en ik doe het zelf ook. Daar valt veel over te zeggen maar dat is een onderwerp die ik voor dit artikel even apart zet. Het is in ieder geval een onderwerp die het onderzoeken waard is.
Ga altijd onderzoekend met God, al biddend de Bijbel in. Het is niet erg om vragen te stellen. God wil je helpen om vanuit Zijn hart te openbaren wat Hij daarin voor je heeft.
Maar je kunt de dingen ook vanuit een kritische geest benaderen, vanuit afwijzing. Deze man was helemaal wars geworden van kerken waar in tongentaal werd gesproken, en ging daarom niet meer naar de kerk.
Hoe vaak gebeurt het dat wij vanuit aanstoot misschien wel de dingen van God missen? Dat we naar mensen kijken en zien wat er allemaal niet goed aan hen is. Dat we bang worden voor de dingen van God en vervolgens alle deuren dichtgooien.
‘Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoudt het goede.’ — 1 Thessalonicenzen 5:19-21 (HSV)
En al het goede komt van God. We hebben dit te onderzoeken. Vanuit een oprecht en nieuwsgierig hart.
Ik bad ondertussen in stilte: "Heer, wat wilt U mij zeggen? Wilt U mij iets zeggen over tongentaal? Wilt U iets doen hierin?" Ik zoek God, ik neem niet gelijk aan wat iemand zegt hoewel ik wel zijn ervaring serieus neem. Wat bovenkwam, was de afleiding die hier vanuit ging. Ik wist zeker dat dit een goddelijke ontmoeting was waarin God iets wilde doen. Het belangrijkste was dat God hem wilde aanraken met Zijn liefde.
De liefde van God
Want hoe kun je geloven en zeggen "Ik weet niet of God van mij houdt"? Dan ken je God niet. Dan heb je echt die ontmoeting nodig met Zijn grote Vaderhart. Ik heb geleerd dat vanuit de liefde van God, je de dingen geopenbaard krijgt van God. De dingen die Hij voor je heeft. Onderscheidingsvermogen vloeit daar weer uit voort. Gestoeld op ontmoeting met Hem. Dat is het fundament. Je moet in de spiegel jezelf aan kunnen kijken en zeggen: “God houdt van mij. Hij is mijn Herder. Ik ben Zijn schaap. En Zijn schapen horen Zijn stem.”
‘Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.’ — Johannes 10:27 (HSV)
Hij kwam nog een keer naar me toe en zei: dankjewel voor deze ontmoeting. Ondertussen was ik voor hem aan het bidden: ‘laat hem Uw liefde kennen, laat zien dat U van hem houdt. Openbaar het hem.’ Ik kan het namelijk wel zeggen, maar God Zelf moet hem dat ingeven — de Heilige Geest moet hem overtuigen. Dat is niet iets wat ik kan doen.
Ik kreeg op mijn hart Johannes 3:11 (HSV), waar Jezus zegt:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken over wat wij weten en getuigen van wat wij gezien hebben, en toch neemt u ons getuigenis niet aan.’
Ik vroeg hem of hij wedergeboren was. “Ja,” zei hij, “ik heb me laten dopen”. Ik zei: dat is heel belangrijk, want dan kan ik je vanuit de bijbel, vanuit het Woord van God, verzekeren dat je Zijn kind bent, dat je Zijn stem kunt verstaan en dat je dus ook toegang hebt tot de liefde van God.
Want in Johannes 3 (HSV) staat:
‘Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: u moet opnieuw geboren worden. De wind waait waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.’
Dit gaat terug op het gesprek dat Jezus had met Nicodemus, die vroeg: “hoe kan een mens opnieuw geboren worden als hij al oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de buik van zijn moeder terugkeren?” Jezus antwoordde: “Jawel, iemand kan opnieuw geboren worden uit water en Geest — anders kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.”
Zo is het ook met de dingen van God: alleen de Geest van God kan de dingen van God begrijpen.
‘Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de Heilige Geest ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken. Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden.’ — 1 Korinthe 2:13-14 (HSV)
Je moet dus opnieuw geboren worden. Dit gaat niet automatisch. Het is een keuze. We moeten het zelf willen. God dringt Zich niet aan ons op. Hij is daar, maar Hij dringt ons niets op. Dus we moeten kiezen om met en in Zijn Geest te wandelen.
Deze man was al wedergeboren en heeft dus toegang tot de Geest van God. Maar we hebben het nodig om onszelf af te leggen en te zeggen: “Heer, zegt U het maar.”
Als in de Bijbel staat dat God van je houdt, en jij blijft zeggen “Nee, dat is niet zo” — dan neem je niet aan wat God zegt. Is God dan werkelijk Heer over je leven? Dan moet je zeggen: “Heer, zegt U het maar. Als U zegt dat U van mij houdt, dan is dat zo.” En als je het niet voelt en niet ervaart, dan zeg je: “Heer, help mij, want er staat dat U van mij houdt, maar ik wil het ook zo graag weten.” En dan ga je verlangen, dan ga je bidden, en Hij gaat je verhoren. Dat kan ik je zeggen, want dat heeft Hij ook bij mij gedaan.
‘Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden.’ — Mattheüs 7:7-8 (HSV)
Gebed
Dit is mijn gebed voor jou en je mag met mij meebidden:
“Lieve Heer, ik denk dat ik Uw liefde nog niet genoeg geopenbaard heb gekregen. Want als ik in de spiegel kijk naar mezelf, dan vind ik het niet zo leuk wat ik zie. Ik kijk mezelf liever niet aan in de spiegel.
Mijn lieve Vader, U zegt dat U van mij houdt en dat U mijn Vader wilt zijn. Vaders houden van hun kinderen, als het goed is — en U bent in ieder geval een goede Vader, want U bent de Schepper. U bent de Schepper van hemel en aarde. U hebt mij geschapen. U wist al van mijn bestaan vóór mijn geboorte.
Kom mijn ongeloof tegemoet, Heer, en laat mij zien dat U leeft. Kom in mijn hart en laat mij de liefde zien die U voor mij hebt. Laat mij de liefde zien die U voor andere mensen heeft.
Dat bid ik in Jezus' machtige naam. Amen.”
Lees ook:
Verblijd u altijd (praktisch geloof)
Weet je dat God van je houdt? (praktisch geloof)
Zijn stem verstaan (praktisch geloof)
Kritische geest (overdenking)
Gezond leren toetsen (praktisch geloof)
